electrometer-is-measuring-power-consumption-coins-in-foreground-expensive-electricity-concept-3d-rendered-illustration

Sinds donderdag 14 januari 2021 is het definitief: de digitale meter als norm voor iedereen. Gedaan met de terugdraaiende teller, besliste een arrest van Het Grondwettelijk Hof. Een streep door de rekening voor velen. Ecopuur betreurt de manier waarop deze beslissing werd genomen en heeft begrip voor de reacties. Toch biedt het nieuwe systeem ook voordelen. Zo bevestigt dit de koers richting een ecologische en groene energietransitie. Dat is wél goed nieuws. Hoe jij daar persoonlijk de vruchten van plukt? Je leest het in deze blog.

 

R.I.P. terugdraaiende teller

Het Grondwettelijk Hof maakte recent brandhout van de overgangsmaategel voor mensen met zonnepanelen. Wie vóór 2021 nog zonnepanelen liet plaatsen, zou immers nog 15 jaar profiteren van het systeem van de terugdraaiende teller. Die analoge teller gaat nu op de schop. Een opdoffer voor velen met heel wat commotie in de media als gevolg. Terecht.

 

Compensaties voor overstap digitale meter

Gevolg is wel dat al die consumenten van de ene dag op de andere in het nieuwe systeem terechtkomen. En dus op het eerste gezicht er financieel op achteruitgaan. Het is nu aan de huidige regering om haar verantwoordelijkheid op te nemen. Wat Vlaams minister van Energie Zuhal Demir op vrijdag, een dag na de beslissing, ook deed met een financiële tegemoetkoming. Een compensatie die 5 procent rendement garandeert op een gemiddelde investering. Ook de bijna 470.000 gezinnen die nog over een analoge terugdraaiende teller beschikken, kunnen tussen nu en 2029 de kiezen voor een eenmalige compensatie. Het bedrag is afhankelijk van de installatie en van eerder toegekende subsidies. Belangrijk: je moet zelf de compensatie aanvragen. Voor niets gaat de zon op …

Met deze tegemoetkoming komt iedereen op gelijke voet met consumenten die vanaf dit jaar zonnepanelen laten plaatsen. Tussen 2021 en 2024 kent de Vlaamse overheid immers een eenmalige subsidie toe voor nieuwe installaties.

 

Troeven van de digitale meter

Door al de commotie en verhitte discussies zou je het bijna vergeten: investeren in hernieuwbare energie blijft nog altijd de beste keuze. Ook in het nieuwe systeem. Of beter gezegd: zéker in het nieuwe systeem.

 

  • Omdat het één: eerlijker is want iedereen gelijk voor de wet.
  • Twee: het biedt het voordeel van de duidelijkheid. Het gaat immers uit van het principe: verbruik je meteen wat je produceert, dan is de stroom gratis. Dat zelfverbruik wordt ook wel autoconsumptie genoemd. Voor wat je opwekt en niet meteen verbruikt, krijg je een minimale vergoeding. Haal je stroom af van het net, dan betaal je hiervoor. Het bedrag ligt hoger dan wat je krijgt voor de stroom die erop plaatst. Waar het op neerkomt: schroef je zelfverbruik op. Want dan betaal je niets. Nada. Ook geen taks voor het gebruik van het net, het zogenaamde prosumententarief.
  • En dan is er nog een derde voordeel: je aandeel in de groene transitie. Want als we met z’n allen ons zelfverbruik opdrijven, dan vermijden we een overbelasting van het net. Bijgevolg: geen extra dure investeringen – lees: belastingen. Dat was ook de achterliggende motivatie van Het Grondwettelijk Hof. Zelfverbruik impliceert een mentaliteitswijziging. Je bent je meer bewust van je verbruik en van het aanbod energie. Je gedrag afstemmen op de productie van energie, loont. Zowel voor je portemonnee als voor het milieu.

 

Zelfverbruik opschroeven

Nu we met z’n allen thuiswerken, ligt die subtiele gedragswijziging trouwens binnen handbereik. Zet je vaatwasser aan om 14 uur ’s middags, samen met je droogkast en wasmachine. Laat je elektrische waterboiler overdag opwarmen … Je zal al snel aan 30 à 35% zelfverbruik zitten. In dat scenario ben je zelfs beter af met de digitale teller want het prosumententarief valt weg.

Bovendien zijn er tools op de markt die dat zelfverbruik optimaliseren. Denk maar aan een thuisbatterij of sturingsmodules. De Vlaamse regering denkt er trouwens aan om de compensatie met 30% te verhogen als je ervoor kiest om de komende twee jaar te investeren in een batterij of warmtepompboiler.

Maar ook zonder deze opslagtechniek, is het nieuwe systeem geen ramp. Je terugverdientijd wordt eventueel met een jaar à anderhalf jaar verlengd. Een peulschil als je bedenkt dat je zonnepanelen 20 tot 25 jaar meegaan.