environmental-change-concept

De kogel is door de kerk. Op 4 maart 2020 stelde de Europese Commissie de allereerste Europese Klimaatwet voor. Deze wet verplicht landen zich aan de klimaatdoelen voor 2050 te houden. Tegen dan moet onze energievoorziening klimaatneutraal zijn. Wat betekent deze wet concreet? En hoe maken we in de nabije toekomst transport, woningen en industrie klimaatneutraal?

 

Europese Klimaatwet als stok achter de deur

De Europese Klimaatwet is een eerste belangrijke stap in de uitvoering van de Green Deal. In dat plan stelt Europese Commissie alles in het werk om de Europese Unie tegen 2050 klimaatneutraal te maken. De Klimaatwet moet die doelstelling juridisch verankeren. Zo heeft de Europese Commissie een stok achter de deur wanneer lidstaten niet op schema zitten om die gemeenschappelijke doelstelling te halen.

 

Voor de ene gaat deze wet niet ver genoeg en voor de andere is het een brug te ver. Zo zijn klimaatactivisten, waaronder Greta Thunberg, niet onder de indruk. “We hebben niet alleen doelstellingen nodig tegen 2030 of 2050, we hebben ze vooral nodig in 2020 en elk jaar na vandaag”, luidt haar kritiek. Tegenstanders vinden dan weer dat de Europese Commissie te veel macht in handen krijgt.

 

Wat is klimaatneutrale energievoorziening?

Klimaatneutraal betekent dat er niet meer broeikasgassen in de atmosfeer mogen komen dan dat er door de natuur of met technologie worden uitgehaald. In de praktijk heeft dat een enorme impact op mobiliteit, wonen en industrie.

In de blog over de Belgische energiebehoefte nu en in de toekomst, raakten we dit al even aan. Nu de wet zo goed als concreet is, gaan we er nog dieper op in.

 

Elektrische wagen als heilige graal?

Het energieverbruik door transport wordt geschat op 59 TWh/j. Dat is veel als je dat vergelijkt met de totale energieproductie van 80 TWh/j. Veel transportmiddelen worden aangedreven door een verbrandingsmotor. Een energievreter die slechts 25% van de brandstof gebruikt om het voertuig in beweging te brengen. De rest gaat verloren in warmte. Om de klimaatdoelstelling te halen, moeten we investeren in alternatieve en duurzame manieren van transport. We zetten ze even op een rij.

 

Elektrische wagen op batterij

Vandaag al behoorlijk ingeburgerd maar heeft enkele nadelen. Zo zijn de batterijen zwaar en duur en bovendien geven ze maar een beperkte actieradius.

 

Elektrische wagen op brandstofcellen

Bij deze methode wordt (groene) brandstof omgezet naar elektriciteit in de brandstofcel. De elektriciteit die dan ontstaat, drijft de elektromotoren aan.

Voordelen:

  • Grote actieradius
  • Brandstof kan snel getankt worden
  • Brandstof kan lang opgeslagen worden

 

Elektrische wagen op waterstof

Ook waterstof kan als brandstof gebruikt worden. Bijkomend voordeel: deze brandstof is hernieuwbaar wanneer we waterstof maken met groene elektriciteit op momenten van overproductie.

Is de elektrische wagen nu dé oplossing? Alleszins is het zo dat het rendement veel hoger ligt dan bij een klassieke verbrandingsmotor. In de plaats van de huidige 59 TWh/j zouden we in de toekomst maar 30 TWh/j nodig hebben. De methode is helemaal duurzaam wanneer de auto groene brandstof gebruikt.

 

Hoe zit het met biobrandstof?

Biobrandstof is niet nieuw. Bij diesel wordt vandaag al 5% biodiesel gemengd. Waarom kan dat niet naar 100%? Met koolzaadolie of palmolie bijvoorbeeld? Omdat het landbouwareaal dat nodig is om biodiesel te produceren, kolossaal is. We kunnen België moeilijk volplanten met alleen maar koolzaad.

Biobrandstof importeren dan maar? Ook dat is geen duurzame optie want dat gaat dan weer ten koste van voedsel voor lokale bevolking of regenwoudoppervlakte.

Ondertussen wordt er hard gewerkt aan alternatieve pistes:

  • Recyclage van frituurolie of olie-extract uit algen. Nadeel: niet mogelijk op grote schaal.
  • Veeteelt grotendeels vervangen door energieteelt. Maar de vraag is of hier een draagvlak voor is?

De techniek die het meest rendabel lijkt, is deze: biobrandstof halen uit overproductie van wind- en zonne-energie. Dat energieoverschot wordt dan opgeslagen als biobrandstof of in batterijen.

 

Verwarming: van 80TWh/j naar 9 TWh/j in 2050

Huishoudens verbruiken ongeveer 80 TWh/j energie. Hiervan gaat zo’n 90% naar verwarming. Stel dat we allemaal elektrisch verwarmen, dan zou onze elektriciteitsproductie moeten verdubbelen. Een te vermijden scenario. Het streefdoel is immers 90% reductie tegen 2050.

 

Gelukkig bestaan er al enkele duurzame energietechnieken die hieraan tegemoetkomen.

  • Betere isolatie van onze woningen

Denk aan Bijna-Energie-Neutrale (BEN) huizen, passieve en zelfs positieve gebouwen. In de toekomst moet dit de norm worden. Dat kan door:

  • Verplichting van passiefbouw bij nieuwbouw
  • Subsidie voor verbetering van de isolatiewaarde van bestaande gebouwen en controle hierop
  • Prijsverhoging van brandstof die niet CO2-neutraal is (desnoods met een taks op de CO2-uitstoot)
  • Warmtepompen voor verwarming

Een warmtepomp gebruikt drie tot vijf keer minder elektriciteit dan klassieke vormen van elektrische verwarming.

 

Industrie als grote slokop

De industrie haalt ongeveer 180 TWh/j energie uit fossiele brandstof. Er is een besparingspotentieel maar het is moeilijk in te schatten hoeveel dat precies is. Een voorzichtige prognose spreekt van een evolutie naar 150 TWh/j. Vooral omdat de productieprocessen steeds efficiënter verlopen. Maar dan mag de productie niet stijgen.

De energie die de industrie gebruikt voor warmte kan grotendeels opgevangen worden door warmtepompen en zonnepanelen.

 

2050, we zijn op weg maar er is nog veel werk aan de winkel

Willen we naar een klimaatneutraal 2050, dan moeten we onze energieconsumptie beperken. En dat betekent: nog veel werk aan de winkel. We doen al heel wat inspanningen. Door onze verwarming aan te pakken (betere isolatie in combinatie met warmtepompen) en het transport te vergroenen (aandrijving op batterijen of brandstofcellen). De grootste uitdaging ligt in de sector van de industrie.

We mogen ook niet vergeten dat de welvaart stijgt en daarmee ook de bevolkingsgroei toeneemt. Gevolg? We gaan nog meer energie nodig hebben.

De boodschap is duidelijk: we kunnen niet genoeg investeren in duurzame technieken. Alleen zo brengen we de CO2-uitstoot naar beneden.