respect-and-praying-on-nature-background-3

Investeren in zonnepanelen blijft een verstandige en rendabele keuze. Dat staat buiten kijf. De vraag is: doe je dat nog dit jaar in het voordelige systeem van de terugdraaiende teller? Of wacht je op de eenmalige investeringspremie in 2021? Als je het ons zou vragen: ga nog dit jaar voor je zonnepanelen. Waarom? Het is beter voor je portemonnee. Bovendien zijn er aan de premie een aantal voorwaarden gekoppeld.

Begin juni kondigde Zuhal Demir (N-VA), Vlaams minister van Energie, een nieuwe investeringspremie voor zonnepanelen aan. Vanaf 2021 dient deze premie als compensatie voor de terugdraaiende teller. Dat klinkt veelbelovend. Maar is dit ook zo? Als je deze premie onder de loep houdt, dan kom je al snel tot de vaststelling dat het woord ‘compensatie’ niet volledig de lading dekt. En wel om deze drie redenen:

 

1. Hogere nettarieven met een digitale meter

In 2021 vervalt het voordeel van de analoge terugdraaiende teller. In dit systeem draait je meter terug wanneer je minder verbruikt dan dat je opwekt. Je betaalt dus ook en lager tarief, het prosumententarief. Dit is een forfaitaire vergoeding voor het niet-gemeten gedeelte van je gebruik van het distributienet. Hoe dat precies werkt, ontdek je in deze blog .

Vanaf 2021 is de digitale meter de norm. Het nettarief hangt dan af van de hoeveelheid stroom die je in werkelijkheid van het elektriciteitsnet haalt of erop plaatst. Doorgaans ligt dit tarief hoger dan het prosumententarief. Gevolg? De terugverdientijd duurt langer.

Volgens een studie van Alex Polfliet, energie-expert en zaakvoerder van Zero Emission Solutions, neemt die terugverdientijd zelfs toe van 7,7 jaar tot 10,1 jaar. Al is die termijn afhankelijk van hoeveel stroom je opwekt en hoeveel je daarvan verbruikt. Zo kan je de netvergoeding inperken door je zelfconsumptie – dat is de energie die je meteen gebruikt nadat je hem hebt opgewekt – op te schroeven. In termen van duurzaamheid is dat natuurlijk not done. Of je kiest ervoor om te investeren in thuisbatterijen om de elektriciteit op te vangen. Maar dat is ook opnieuw een kost.

 

2. Eenmalige premie beperkt tot 1500 euro

De hoogte van de premie hangt sterk af van het aantal kilowattpiek (KwP) dat je installeert. Een mes dat langs twee kanten snijdt. Enerzijds staat er tegenover een kleine installatie een lagere premie. Anderzijds botsen zwaardere installaties (meer dan 6 KwP) aan tegen een bovengrens van 1500 euro.

Het voordeel is wel dat die premie meteen op je rekening staat. Het nadeel? Om je zonnepanelen over een langere tijd te laten renderen, moet je minimum aan 35 procent zelfconsumptie doen. Wat veel is voor een doorsnee gezin dat overdag buitenshuis is.

Met de terugdraaiende teller maakt het niet uit hoeveel je verbruikt. Je betaalt gedurende 15 jaar een forfaitair bedrag.

Wacht trouwens niet te lang: de premie loopt van 2021 tot en met 2024 en daalt jaar na jaar.

 

3. Alleen voor bestaande woningen met een bouwaanvraag vóór 2014

Heb je je bouwaanvraag pas ingediend in 2015 of later? Dan heb je geen recht op de premie. Check dus eerst grondig de datum van je bouwaanvraag. De plaatsing mag bovendien geen uitbreiding zijn van een bestaande installatie.

 

Wachten op de premie of nu investeren?

Wat is nu de beste optie? Met de terugdraaiende teller ben je aan het einde van de rit doorgaans beter af. Je betaalt jaarlijks minder voor je verbruik waardoor je je investering sneller terugverdient.

Kies je voor de premie, let dan goed op of je aan alle voorwaarden voldoet. Onthoud ook dat je zoveel mogelijk de zelfopgewekte stroom verbruikt of dat je investeert in thuisbatterijen.

In beide gevallen: wacht niet te lang. Voor de zonnepanelen met de terugdraaiende teller heb je nog tijd tot eind dit jaar. In het andere geval vraag je in 2021 best zo snel mogelijk je premie aan want de komende vier jaar daalt het bedrag in waarde.

 

Wil je toch liever een persoonlijk woordje toelichting of je nu moet gaan voor zonnepanelen? Onze specialisten helpen je graag verder.