laadpalen-bedrijf

De wereld van duurzame mobiliteit is in verandering. Vanaf 2029 moeten alle nieuwe auto’s elektrisch zijn. Maar hoe ziet de situatie er vandaag uit? Is Vlaanderen klaar voor deze transitie? En wat is de rol voor de bouwsector? Belangrijke vragen die we voorleggen aan Arthur Vijghen, oprichter en senior adviseur van The New Drive.

The New Drive is een adviesbureau gespecialiseerd in transitievraagstukken rond groene mobiliteit, energie en bereikbaarheid. Onder het motto ‘Samen België schoner maken’ wil The New Drive de transitie naar zero-emissie mobiliteit en energie in België versnellen.

 

Wat is de huidige stand van zaken rond elektrisch rijden in België?

Arthur: “Als we de elektrificatiecijfers bekijken, dan staat België vandaag in de top 5 van Europa. Om een idee te geven: het voorbije kwartaal werd 1 op 5 nieuwe auto’s ingeschreven in België, uitgerust met een elektrische aandrijving.  Een evolutie die we te danken hebben aan de focus op het elektrificeren van bedrijfswagens. Het wetsontwerp over de vergroening van het bedrijfswagenpark en de bedrijfsmobiliteit dat op 10 november 2021 werd goedgekeurd, zal de transitie een forse duw in de rug geven. Bedrijfswagens met verbrandingsmotor die vanaf januari 2026 besteld worden, komen immers niet langer in aanmerking voor fiscale voordelen.

De afgelopen jaren lag de focus erg op Plug-In Hybrid Electric Vehicles, vandaar dat we vandaag een piek in de verkoop zien. Maar die zal in de toekomst afnemen aangezien alle fiscale voordelen wegvallen.

Als we naar de particuliere markt kijken, verloopt de transitie trager. De prijs is een doorslaggevende factor. Die ligt doorgaans zo’n 10.000 euro hoger dan een wagen op fossiele brandstof. Daarnaast is er weinig bereidheid om tegemoet te komen met premies. Verwachting is wel dat in 2026 de verkoop fors zal toenemen. De prijzen zullen zakken en de tweedehandsmarkt zal ook op volle toeren draaien, ten minste als de wagens voor een groot deel in België blijven.”

 

Een belangrijke voorwaarde voor de transitie is de laadpaalinfrastructuur. Hoe zal die verder evolueren?

Arthur: “Eind oktober 2021 waren er in het Vlaamse Gewest 5.199 gewone publieke laadpunten. Daarnaast zijn er nog eens 183 publiek toegankelijke snellaadpunten en 64 ultrasnelladers.  Op zich niet zo slecht maar laadpalen in de binnenstad liggen meer en meer onder druk.

Vlaanderen investeert al geruime tijd in het plaatsen van laadpalen. Tot voor kort kon je gratis een laadpaal in de binnenstad aanvragen als je kon bewijzen dat je geen eigen oprit had en dat er geen laadpunt beschikbaar was in een straal van 500 m. Voldeed je aan die voorwaarde, dan werd er binnen een straal van 500 m een paal geplaatst. De Vlaamse Regering besliste onlangs voor een opschaling van publieke laadpalen naar 35.000 tegen 2025. Het wordt dan mogelijk om een laadpaal binnen 250 meter aan te vragen.”

 

Wat is volgens jou de ideale situatie?

Arthur: “Willen we de klimaatdoelstellingen halen, dan is het aandeel van duurzame mobiliteit niet de onderschatten. De elektrificatie kan niet snel genoeg gaan. De beslissing die de Vlaamse regering onlangs nam om vanaf 2029 enkel nog elektrische wagens op de markt toe te laten is ambitieus maar broodnodig.

Die switch komt er alleen maar als we niet enkel de werkgevers stimuleren, wat nu het geval is. We moeten ook werknemers, particulieren en vzw’s meekrijgen in het verhaal. De sleutel ligt in de vergroening van de BIV (belasting voor inverkeerstelling) en verkeersbelasting. Het verschil in fiscaliteit tussen een fossiel voertuig en een elektrisch is vandaag te klein om elektrisch rijden te stimuleren.”

 

Hoe kan de bouwsector bijdragen tot die ideale situatie?

Arthur: “De bouwsector draagt volgens mij een grote verantwoordelijkheid. Sinds begin dit jaar legt de Vlaamse overheid minimumnormen op bij nieuwbouwprojecten en ingrijpende renovaties. Ook bestaande gebouwen moeten tegen 2025 laadpunten hebben. Het is aan de bouwsector om die infrastructuur voor te bereiden. Bijvoorbeeld: voor niet-residentiële gebouwen moet 75% van de parkeerplaatsen uitgerust zijn met mantelbuizen of elektriciteitskabels. Anticiperen is de boodschap. Laadinfrastructuur als standaardvoorziening in een woning. Net zoals dat nu gebeurt voor verwarming en water.”

 

Zonnepanelen in combinatie met laadpalen zijn een goede investering. Waarop moet je letten bij installatie?

Arthur: “Dimensionering is belangrijk. Voor je installeert moet je een aantal paramaters in kaart brengen. Welke laadpaal heb je nodig? Hoeveel zonnepanelen leg je of hoeveel windenergie kan je afnemen? Thuisbatterij of niet? Daarnaast spelen ook andere factoren een rol: energiebeleid, visie van het bedrijf dat beslist om wagen thuis te laten opladen of zelf infrastructuur voorziet. Dit nauwkeurig incalculeren is één ding.

Ten tweede moet je ook zorgen dat die infrastructuur op een intelligente manier met elkaar communiceert en zo faciliteert dat de gebruiker de laagste prijs betaalt. Concreet voorbeeld: de wagen voor de deur die automatisch oplaadt wanneer de zon op volle toeren draait.

Voorwaarde is dat die intelligente modules betaalbaar zijn en toegankelijk voor iedereen, ook voor mijn tante die niets van techniek begrijpt. Ik zie hier een belangrijke taak weggelegd voor installateurs. En dat in de vorm van een betrouwbare en betaalbare service waarbij ze het verbruiksprofiel van hun klanten bekijken en berekenen hoe ze hun factuur zo laag mogelijk houden mét behoud van comfort”.

 

Partner nodig die mee nadenkt over de integratie van laadpalen in de (ver)bouwplannen?

Contacteer ons